Ongezouten mening

In mei 2016 startte ik met Re-Fruit. Mijn boer stond op het punt 6 kilogram aardbeien in de vuilbak te gooien omwille van hun vorm. Ik fronste mijn wenkbrauwen, kocht de aardbeien en probeerde ze te verkopen. Na amper vier minuten op Facebook was de doorverkoop al een feit.

Mijn gevoel zat juist. Er zijn mensen die zich ervan bewust zijn dat het  op deze manier niet verder kan en bereid zijn om hun steentje bij te dragen.

Het is niet bij die aardbeien gebleven. Bij verschillende boeren kocht ik asperges, tomaten, wortels en ga zo maar door. Vandaag heb ik al een ruim assortiment aan groenten en fruit.

Wekelijks komen de klanten hun pakketje groenten en fruit afhalen, maar toch moet er mij iets van het hart: Soms komen nieuwe klanten langs, die het concept Re-Fruit niet echt kennen. Ze vinden dat de knolselder of andere groenten wat kleiner uitvallen  in vergelijking met wat ze in de winkel kunnen kopen, of dat “de boontjes wel heel erg duur zijn”.

Het is in de eerste plaats niet de supermarktketen die dringend moet veranderen wat ze aankoopt – eigenlijk wél – maar vooral de consument moet beter worden geïnformeerd over wat hij in zijn winkelmandje legt.

Kleinere groenten bevatten overigens veel meer smaak.

En natuurlijk zijn mijn boontjes iets duurder dan de boontjes die je kan vinden in de supermarkt. Ze zijn immers in België met de hand getrokken (niet allemaal): Handenarbeid én de hoge kostenstructuur van ons land…

Die “goedkopere” boontjes die jullie vaak kopen zijn gekweekt in het buitenland, meestal door mensen die veel meer zouden moeten verdienen dan hun erbarmelijke loon.

Er moet bij iedereen – liever gisteren dan vandaag – een groter bewustzijn ontstaan dat lokale en eerlijke voeding veel meer onze steun nodig heeft. Onze eigen appels en peren blijven aan de bomen hangen terwijl de Zuiderse concurrenten vlotjes langs de kassa passeren.